Joods Enschede 1667-1940
Joodse gemeente voor 1940
Het is bekend dat er zich al Joden in Overijssel bevonden in de eerste helft van de veertiende eeuw. Zij werden dikwijls vervolgd ten tijde van de pestepidemieën en soms ter dood gebracht. Dit is aantoonbaar gebeurd in Zwolle en Deventer. Door deze onvriendelijke behandeling bleef hun aantal in deze provincie eeuwen lang beperkt.
Vanaf 1808 werden zij ook tot de schutterij en het leger toegelaten. Van een feitelijke gelijkstelling kwam in de praktijk in de eerste helft van de 19e eeuw niet veel, vanwege de door de eeuwen heen heersende vooroordelen.
In 1810 waren er ruim 30 Joden woonachtig in de stad.
Vanaf 1813, toen er tien joodse gezinshoofden woonden,
werden er synagogediensten gehouden in een gehuurd kamertje in de Walstraat.
In 1828 had deze gemeenschap voldoende leden (42) om te besluiten een synagoge te bouwen, die in 1834 werd ingewijd. Die synagoge werd op 7 mei 1862 bij de grote brand van Enschede geheel vernield. Er werd snel besloten een nieuw gebedshuis te bouwen en zo kon in 1865 al een nieuw gebouw ingewijd worden. Deze synagoge bevond zich aan de Stadsgravenstraat.
In 1892 bestond de Nederlands Israelitische Gemeente uit 96 huisgezinnen met 488 "zielen", terwijl er bovendien nog 39 Joden woonden die geen lid van de Joodse gemeente waren.
Met de industriële vooruitgang, eind vorige en begin deze eeuw, groeide de bevolking van Enschede snel en daarmee ook het Joodse deel daarvan. Bij de volkstelling van 1920 werden er 400 manlijke en 414 vrouwelijke Joden, (814 totaal), geteld, in 1930 was hun totale aantal 913.
De oude Sjoel Demografie Joods Enschede
Ongeveer in 1918/1919 werd besloten een nieuwe synagoge te bouwen, daar de bestaande te klein geworden was. De opdracht wordt aan K.P.C. de Bazel verstrekt, die zijn creatie niet meer voltooid heeft mogen aanschouwen. Dit nieuwe kerkgebouw werd op 12 december 1928 plechtig ingewijd. De gemeenschap kende in die tijd haar grootste bloei. Er was een "rijk Joods leven". Er waren kosjere slagerijen, bakkerijen en kruideniers winkels. Een school voor godsdienstonderwijs, een koor, een toneel- en een sportvereniging. Alle beroepsgroepen waren vertegenwoordigd van fabrikanten tot artsen, van loodgieters tot landarbeiders, van fotografen tot pianostemmers. De Enschedese Joden voelden zich veilig en geaccepteerd door hun omgeving. Tussen 1933 en 1940 werd de gemeenschap sterk uitgebreid met de komst van vele vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk, vooral na de "Kristallnacht" van november 1938. Met de gevluchtten kwamen ook de eerste verhalen over vervolging en moord waar helaas, over het algemeen, niet naar geluisterd werd. Nederland zou toch immers neutraal blijven!
Bron: Memorboek, platenatlas van het leven der Joden in Nederland van de middeleeuwen tot 1940 door Mozes Heiman Gans.
Zie Smits, uitvoerder van de Bazel's plannen