Karel de Bazel
de Synagoge van
Enschede




Stichting Synagoge Enschede

Karel de Bazel en de synagoge van Enschede

Karel Petrus Cornelis de Bazel (Den Helder, 14 februari 1869 - 28 november 1923)


Architect De Bazel had zich rond 1900 een grote reputatie verworven in kringen van Amsterdamse architecten. Hij werd betrokken bij belangrijke opdrachten, waaronder stedenbouwkundige. Behalve zijn chef-d'ouevre, het bankkantoor voor de Nederlandse Handelmaatschappij in Amsterdam, ontwierp hij veel villa's, waaronder enkele grote zoals Het Stokhorst, (1912, Enschede), voor textielfabrikanten in Twente. Vanaf 1918 heeft De Bazel schetsontwerpen voor de nieuwbouw van een synagoge aan de Stadsgravenstraat gemaakt.

De realisatie ervan heeft hij echter niet meer mogen meemaken, want voordat met de bouw zou worden begonnen overleed de architect in 1923 in Amsterdam. Na zijn dood werd de uitvoering, inmiddels op een nieuwe locatie, de Prinsestraat, opgedragen aan zijn geestverwanten, het architectenbureau A.P. Smits en C. van de Linde te Aerdenhout. Op 3 mei 1927 vroeg het bestuur van de Nederlandse Israëlitische Gemeente te Enschede bij het gemeentebestuur van die stad een bouwvergunning aan. Burgemeester en Wethouders verleenden op 30 mei 1927 toestemming daartoe. Op 13 december 1928 werd de nieuwbouw ingewijd.

Hoewel de uitvoering van de sjoel niet onder leiding van De Bazel tot stand is gekomen, ademt het gebouw het karakter van deze sinds 1895 zelfstandig werkzame architect, (in dat jaar vestigde hij een zelfstandig atelier voor de bouw- en sierkunst). In zijn bouwwerken streefde De Bazel naar algemene geldigheid en eeuwigheidswaarde. Zij worden gekenmerkt door evenwichtigheid en harmonie; over het algemeen symmetrische, uiterst sobere opzet; een goed gevoel voor proporties en detaillering; en het gebruik van vrij traditionele vormen, die zowel ontleend zijn aan het westen als aan het oosten.

Laatstgenoemd aspect zou ten dele ook met zijn levensbeschouwing te maken kunnen hebben. De Bazel was van huis uit katholiek, maar brak met de kerk en werd in 1894 lid van de Theosofische vereniging. Dit genootschap draagt de overtuiging uit dat in de kern van álle grote religies, zowel van die in het westen als die van het oosten, 'oude wijsheid' te vinden is. Parallel aan zijn levensbeschouwelijke ontwikkeling vond een soortgelijke verbredende, artistieke plaats. Opgeleid in de architectuur van de destijds gebruikelijke Neostijlen, liet De Bazel zich omstreeks 1895 vooral inspireren door enerzijds de niet-historiserende Jugendstil van West-Europa maar anderzijds door de architectuur uit het Midden en Verre Oosten.

Eén aspect van het oeuvre van De Bazel dient hier nog te worden besproken. Hij was namelijk behalve architect ook tekenaar, houtsnijder en houtgraveur en betoonde zich ambachtelijk goed onderlegd. Het is dan ook niet meer dan logisch dat De Bazel het zuivere rationalisme in de architectuur verwierp, en veel aandacht besteedde aan het decoratieve aspect van de bouwkunst. Zo paste hij b.v. ornamentele motieven als meanders toe. Aan de synagoge in Enschede vinden wij deze boven het rondvenster in de gevel achter de hoofdingang en in de daarmee corresponderende gevels. Een ander versieringsmotief, de diamantkop, komt voor in de bekroning van de bakstenen muurverzwaringen naast de hoge gevel achter en boven de hoofdingang. De synagoge staat niet op zichzelf, maar vormt onderdeel van een complex, waartoe ook een kerkeraadskamer, een kleine sjoel, (vroeger dag-synagoge en leerlokaal genoemd), de woning van de ambtenaar, de secretarie en de school, (waarboven vergaderlokalen), een tweede ambtenaarswoning en het rituele badhuis behoren.

F. de Miranda - een publicist over De Bazel - spreekt (1977) in lovende bewoordingen over zijn grootste artistieke schepping in Enschede. "Het complex dat van een opmerkelijke visie getuigt, behoort wat de algemene opzet betreft tot zijn meest originele werken", zegt hij letterlijk.

de afbeelding van de bouwtekening is beschikbaar gesteld door: De Boer De Witte Van der Heijden Architecten, Enschede

Zie: de Bazel [begrippenlijst] Zie: Smits en van de Linde 




Karel P.C. de Bazel
Door: Max Put



Karel Petrus Cornelis de Bazel werd te Den Helder geboren op14-2-1869. Hij was een zoon van Karel Pieter Cornelis de Bazel en Petronella Elizabeth Koch. De familie De Bazel was katholiek en K.P.C de Bazel groeide op in een groot gezin. Zijn vader was bij de marine geweest en was gedecoreerd met de Militaire Willemsorde. In 1872 verhuisde het gezin naar Den Haag, waar vader De Bazel een baan kreeg als conciërge bij het ministerie van Marine. Na de lagere school werd de jonge De Bazel bij een timmerman in de leer gedaan. Op 18-jarige leeftijd was hij volleerd. Hierna volgde De Bazel tussen 1881 en 1889 de avondcursus bouwkunde aan de Haagse Academie. Medeleerlingen waren onder andere Kromhout (architect van hotel ‘American’ te Amsterdam) en W. Bauer. In die periode werd de bouwkunst in Nederland beheerst door de strijd tussen de formalisten (classicisten) en rationalisten: de eersten huldigden nog steeds de principes van de classicistische bouwkunst, de tweeden stonden een functionalistische, eerlijke bouwkunst voor, die gebruik maakte van ter beschikking staande materialen, zoals ook gebruikelijk was geweest in de gotiek, de stijl die daarom het grote voorbeeld was van de rationalisten en hun belangrijkste vertegenwoordiger Pierre Cuypers.

Na beëindiging van zijn studie bouwkunde wordt De Bazel door bemiddeling van een oudere broer aangesteld als tekenaar in het bureau van de architect Pierre Cuypers te Amsterdam. Dit was in die tijd het belangrijkste en grootste bureau in Nederland en was op dat moment nog gevestigd in het Rijksmuseum. Al gauw kreeg De Bazel de opdracht om Cuypers' ontwerp voor de St. Vituskerk in Hilversum te detailleren. Kort hierop werd hij hoofdopzichter van dit werk. Dit wijst er op dat hij al vrijwel bij zijn in dienst treden beschouwd werd als volleerd vakman. Tijdens deze periode doet De Bazel mee aan drie prijsvraagontwerpen.

In het bureau van Cuypers ontmoet De Bazel onder de medewerkers onder andere Jos Th. Cuypers (zoon van, later architect), H.J.M. Walenkamp (later architect & tekenaar voor Berlage) en J.M.L (Mathieu) Lauweriks. Met name het contact met deze laatste zal voor De Bazel belangrijk blijken. Lauweriks was via zijn vader, die bij Cuypers werkte, ook bij Cuypers terecht gekomen. Hij was opgeleid aan de rijksnormaalschool voor tekenonderwijs en de Academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. In de werkplaats van Cuypers hield hij zich vooral bezig met het tekenen van ontwerpen voor meubels, glas, mozaïek en tapijten voor Cuypers talloze opdrachten. Later zou hij zich vooral ontwikkelen tot een invloedrijke docent en theoreticus. Door de aanwezigheid van al deze ambitieuze jonge ontwerpers, en doordat het atelier van Cuypers toonaangevend was, leert De Bazel veel en zal hij later met waardering terug kijken op deze periode.

Tijdens het opzichterschap van de St Vituskerk, wordt De Bazel ernstig ziek en stort hij in (vermoedelijk een soort overspannenheid). Hierna kuurt hij in Duitsland. Als hij terug keert wordt hij chef de bureau bij Cuypers en volgt hij modeltekenlessen aan de Rijksacademie. In 1893 maakt hij met Lauweriks een reis naar Engeland. Hier ziet hij in het British Museum Egyptische archeologie. Deze kennismaking zal van blijvende invloed zijn op zijn werk.

Rond deze tijd waren De Bazel en Lauweriks in contact gekomen met de ethisch-anarchistische vereniging 'Wie denkt overwint'. Dit was één van de vele anarchistisch- levensbeschouwelijke groepjes die in die tijd actief waren in Amsterdam. De club gaf het blad 'Licht en Waarheid' uit. De leider van deze groep was Willem Meng, een gewezen gereformeerde predikant, die een karig inkomen bij elkaar scharrelde met het geven van lezingen met titels als 'psyche of de lotgevallen van de menselijke ziel' en 'Christenen wat hebt ge van uw vrouw gemaakt', die hij in het hele land hield. Meng ontwikkelde zich van politiek activist van anarchistische-communistische signatuur tot een aanhanger van esoterische en mystieke denkbeelden, hetgeen gereflecteerd wordt in 'Licht en Waarheid'. Onder invloed van Meng maken De Bazel en Lauweriks een soortgelijke ontwikkeling door.

Op 31 mei 1894 traden Lauweriks en De Bazel toe tot de Theosofische Vereniging Nederland. De Theosofische vereniging was in 1875 opgericht door Madame (Helena) Blavatsky, een Russische mystica en helderziende, die na een ruig leven naar Amerika was geëmigreerd, waar ze de gefortuneerde advocaat en filosoof Henry Steel Olcott ontmoette die onder de indruk kwam van haar krachten. Theo (Gods) sofia (kennis) is een beweging die zich beroept op een eeuwenoude traditie, waarin kennis van het goddelijke en het wezen van de werkelijkheid via mystiek en openbaring gezocht wordt. Deze kennis is de basis van alle kennis en ligt ten grondslag aan alle godsdiensten (pantheisme). Ze werd en wordt overgedragen door zgn. wereldleraren, waartoe bijvoorbeeld Jezus en Boeddha gerekend worden. Men gelooft in reïncarnatie, waarin kennis van het al (goddelijke principe) bereikt is. Ook neemt men de aanwezigheid van het goddelijke in alle mensen aan in het idee van een universele broederschap. De aantrekkingskracht van de theosofie deed zich aan het eind van de 19de eeuw gelden in kringen van kunstenaars en politiek radicalen van allerlei aard mede door deze universaliteitsaanspraken en de verwachting van een betere wereld. Voor kunstenaars kwam hierbij, dat in de gedachtewereld van de theosofie de werkelijkheid is terug te brengen op een aantal universele principes, die de essentie van alles vertegenwoordigen en die eeuwig geldig zijn.

De oudste en puurste manifestatie van deze principes vond men in de Egyptische kunst, die een belangrijke bron van inspiratie is. Het is de taak van de kunst om deze essenties, die afspiegelingen zijn van het hogere, in de kunst zichtbaar te maken, zodat deze intermediair kan zijn tussen het lagere en het hogere. Dit komt vanaf dit moment ook tot uitdrukking in het werk van De Bazel en Lauweriks.

Ook in Licht en Waarheid verschenen theosofisch getinte artikelen. De Bazel en Lauweriks vervaardigden beiden illustraties voor Licht en Waarheid. Ze gebruikten hiervoor de techniek van de houtsnede, die onder invloed van de populariteit van Japanse houtsneden vanaf de jaren 1870 een ware comeback beleefde in Europa. De voorstellingen sluiten in stijl en manier van verbeelden aan bij het symbolisme van het fin de siècle, in Nederland vertegenwoordigd door kunstenaars als Jan Toorop en Johan Thorn Prikker, die allebei overigens ook anarchistische sympathieën hadden en geschoold in de theosofie, net als de jonge Piet Mondriaan.

Opvallend er is de anti-klerikale tendens in het werk van deze kunstenaars. Dit anti-klerikalisme leidde tot een breuk met de katholieke Cuypers en in 1895 verlieten De Bazel en Lauweriks diens werkplaats. In hetzelfde jaar richten De Bazel en Lauweriks een atelier voor "architectuur, kunstnijverheid en decoratieve kunst" op. In de brochure heet het dat zij zich ten doel stellen "de hun opgedragen werken uit de voeren volgens de meest strenge eischen der techniek, waardoor zij zullen trachten te doen zien dat het handwerk evenals elke andere kunstuiting kan zijn edel en schoon". Hier vindt men een echo van William Morris, die immers ook de kunstnijverheid op gelijk niveau wilde brengen als de hogere kunsten. Ook dit was een tendens die De Bazel en Lauweriks deelden met veel andere kunstenaars in Europa op dat moment, in Nederland met bijvoorbeeld Thorn Prikker en Berlage. Naast het atelier, vervulden De Bazel en Lauweriks bestuursfuncties in het genootschap ‘Architectura en Amicitia’ en gaven ze een cursus in 'teekenen, kunstgeschiedenis en schoonheidsleer' aan de 'Vahana' school, van de theosofische loge waar ze toe behoorden. Het atelier van De Bazel en Lauweriks bracht vooral grafische vormgeving en meubels voort. De Bazel's meubelontwerpen zijn over het algemeen zeer verfijnd en vaak kostbaar. Opvallend zijn de Egyptisch aandoende decoraties. Het atelier heeft weinig architectuur geproduceerd. Wel deed De Bazel mee aan drie belangrijke prijsvragen uitgeschreven door 'Architectura'. (onder meer: Prijsvraagontwerp voor een algemeen bibliotheekgebouw,1895). Dergelijke prijsvragen werden door deze in 1855 opgerichte vereniging een aantal maal per jaar uitgeschreven. De bedoeling was om jonge architecten te stimuleren en de architectuur te bevorderen. De jury bestond uit vooraanstaande leden van de vereniging; bij de prijsvragen was altijd het pakket van eisen gegeven. Het ontwerp van De Bazel was revolutionair in zijn eenvoud en vormgeving en week af van alles wat tot dan toe gebouwd was. Opvallend was dat de beide belangrijkste gevels in één vlak lagen. Het ornament is bijzonder origineel vormgegeven en kenmerkt zich doordat het uit het platte vlak gehaald is, van buiten naar binnen, in plaats van toegevoegd aan het vlak. De jury, bestaande uit onder andere Berlage en Pierre Cuypers, kende aan dit ontwerp een eervolle vermelding toe, die De Bazel weigerde te aanvaarden omdat hij het juryrapport oppervlakkig vond.

Het jaar daarop werd er een prijsvraag uitgeschreven voor een genootschapsgebouw voor architecten, die wel door De Bazel gewonnen werd. Dit gebouw is nog massiever dan het voorgaande en de gevel is aan alle zijde vlak gehouden. Evenals het bibliotheek gebouw is de gevel asymmetrisch, iets dat later geheel uit De Bazels werk zal verdwijnen. Men heeft gewezen op de invloed van Berlage, van wie in de jaren daarvoor de gebouwen voor de Verzekeringsmij de Algemeene en twee gebouwen voor de Levensverzekerings-maatschappij de Nederlanden van 1845 te Den Haag waren gereedgekomen. Aan de andere kant is duidelijk, dat dit ontwerp grote invloed heeft uitgeoefend op Berlage's ontwerp voor de beurs. Op de eerste plaats waren De Bazels ontwerpen op 'systeem' ontworpen. De Bazel, Lauweriks en J.H. de Groot waren de eersten in Nederland die dit deden; het systeem dat zij gebruikten was gebaseerd op de zgn. Egyptische driehoek (piramide) en de bedoeling was om 'eenheid in veelheid' te bereiken. Bovendien had de Egyptische driehoek een spirituele dimensie. Proportieleer op basis van de Egyptische driehoek was overigens al voorgesteld door theoretici als Viollet le Duc en Gottfried Semper en ook in het ontwerpen van ornament was het hanteren van een systeem al gebruikelijk (arts & crafts). Ook in het atelier van Cuypers werd gebruik gemaakt van de Egyptische driehoek als ontwerp module. In Berlage's ontwerpproces voor de beurs is er een omslagpunt waarin voor het eerst een raster opgebouwd uit driehoeken verschijnt. Berlage zat ook voor deze prijsvraag in de jury en kende het ontwerp van De Bazel goed. Ook op andere punten zijn er overeenkomsten: de vlakheid van de gevel, de vormgeving van de toren (die later nog wijzigt), de vensters en het negatieve ornament. De relatie tussen Berlage en met name Lauweriks is overigens nooit echt vriendschappelijk geweest (vanwege een kritisch artikel van de hand van Lauweriks). Als De Bazels ontwerpen gerealiseerd waren, dan was hij in één klap de modernste architect van Nederland geweest.

Heidemij geschiedenis 
De Bazel heeft een slechte gezondheid en moet kuren in een sanatorium in Putten. Hierna vestigt hij zich in Santpoort en later in Bussum (voor de schone lucht). Hierdoor is hij genoodzaakt de samenwerking met Lauweriks de beëindigden en het voorzitterschap van Architectura neer te leggen. Hij vestigt zich als zelfstandig architect (was gehuwd in 1895 met M. Van Oosschot). De belangrijkste opdracht in deze periode in het ontwerp voor de melkerij 'Oud Bussum'. In de ontwerpen uit deze tijd heeft hij de asymmetrie voorgoed verlaten. Hiernaast ontwerpt hij villa's en woonhuizen voor rijke particulieren (bijvoorbeeld: villa Meentwyck, 1912). Dit is een representatief voorbeeld, waar opnieuw het middentorentje opvalt, een motief dat veel terug keert in De Bazels werk Deze villa, waarvan ook het interieur (betimmering) is ontworpen door De Bazel, is goed bewaard gebleven en wordt nu bewoond door een echtpaar dat de grootste collectie Nederlandse kunstnijverheid uit deze periode bezit. Ook het kantoor voor de Heidemaatschappij, Arnhem 1912, is door De Bazel ontworpen. Dit is het belangrijkste grote gebouw dat van de Bazel gerealiseerd is voor de Algemeene Handelsmaatschappij. Ook hier is weer het torentje aanwezig en valt de strikte symmetrie op. In dit gebouw is gebruik gemaakt van een bakstenen ornament dat bestaat uit meanders van swastika's, een oud boeddhistisch motief. Het is een vorm, die regelmatig terugkeert in het werk van De Bazel, welke ook voor hem een spirituele betekenis had zoals geïllustreerd wordt met dit ontwerp voor een omslag van het tijdschrift Wendingen (januari 1919, gewijd aan Oosterse kunst).

De Bazel blijft zich ook bezighouden met het ontwerpen van kunstnijverheid. In 1904 richt hij hiervoor opnieuw een werkplaats op genaamd 'De Ploeg', samen met de ontwerper Klaas van Leeuwen en C.A. Oosschot. Dit bedrijf voert opnieuw meubels en inrichtingen uit, waaronder de inrichting van dit gebouw. Vanaf 1916 ontwerpt De Bazel ook voor de glasfabriek 'Leerdam'. Ook zijn glasserviezen zijn 'op systeem' ontworpen. Ze tonen verwantschap met de ontwerpen van de Wiener Werkstatte uit dezelfde tijd. Een ander bekend ontwerp van De Bazel is de jubileumpostzegel (100 jaar koninkrijk) uit 1913. Het was de tweede keer dat er een kunstenaar gevraagd werd om een zegel te ontwerpen. Op het gebied van stedenbouwkunde heeft De Bazel betrekkelijk weinig gedaan. Wel heeft hij een ontwerp gemaakt voor een 'wereldhoofdstad' bij Den Haag. De opdracht hiertoe had hij in 1905 gehad van ene Dr. Eijkman en Paul Horrix de eerste een medicus die in Nederland de zgn. Kneipp therapie had geïntroduceerd, de tweede een welgestelde idealist met grote overtuigingskracht. Beiden waren initiatiefnemers van een beweging die zich bezighield met het bevorderen van internationalisme, hetgeen gezien werd als de enige weg naar wereldvrede. Uiteindelijk zou dit leiden tot de bouw van het Vredespaleis.

Het stervormige plan van De Bazel werd in 1906 gepubliceerd in het tijdschrift 'The independent'. Het bevatte gemeenschapsgebouwen als een academie voor schone kunsten, voor antropologie, pedagogie, hygiëne, een plein van de verbroedering der menschheid en een vredespaleis, waaromheen gebouwen voor een internationale senaat, een peace hotel etc. Een spoorlijn met station zou zorgen voor een directe snelle verbinden met Berlijn, Londen en Parijs. Het idee van de stervormige plattegrond is terug te voeren (via Engelse 'garden cities') op soortgelijke ontwerpen voor ideale steden uit de renaissance, zoals Sforzinda van Antonio Filarete (ontstaan uit centraalperspectief) uit de jaren 1460. Het is tot niets gekomen, hoewel talloze instanties en personen, waaronder De Bazels collega architecten als Berlage en Kromhout, zich geijverd hebben voor de realisering van het plan.

Als eerbetoon aan het plan, heeft Berlage het opgenomen in zijn uitbreidingsplan voor Den Haag uit 1908. Een andere débacle was het ontwerp voor een nieuw stadhuis voor Rotterdam uit 1913. Het hele verloop van deze prijsvraag is zeer onverkwikkelijk geweest. De architect van het uiteindelijk gebouwde stadhuis, Henri Evers, was een goede vriend van de toenmalige burgemeester Zimmerman en deze had van meet af aan een voorkeur voor hem. Naar aanleiding van het falen van dit plan en de regenteske manier waarop het gemeentebestuur zijn zin heeft doorgeduwd, kreeg De Bazel in die periode de status van een soort martelaar van de moderne richting in de architectuur. De Bazel was zwaar getroffen door het niet doorgaan van zijn plan en heeft bijna een jaar niet kunnen werken.

Net als zoveel van zijn collega's heeft ook De Bazel zich beziggehouden met sociale woningbouw. Een complex, gebouwd in de jaren 1917-18 in de staatsliedenbuurt in Amsterdam, bestaat nog steeds. Het is om in het ontwerp en de plattegrond elementen te zien die vooruit wijzen naar het gebouw van de Nederlandse Handelsmaatschappij, dat algemeen gezien wordt als De Bazels belangrijkste schepping. Let vooral op de naar binnen wijkende en uitstekende delen van de lange gevel en de symmetrie.

Het DNHM-gebouw zou het bekendste gebouw worden van De Bazel. Gebouwd in opdracht van De Nederlandse Handel Maatschappij, gebouwd 1920-26. Onderdeel van plannen Vijzelstraat (verbreding, verstedelijking). Aanvankelijk stond hem een traditioneler gebouw voor ogen, met een hoog dak en het karakteristieke De Bazel midden torentje. Omdat de directie te kennen gaf meer ruimte te willen hebben, heeft De Bazel het dak en torentje laten varen en er nog twee étages bovenop ontworpen die trapsgewijs terugwijken, hetgeen het gebouw zowel een Oosters-Egyptische uitstraling geeft, als doet denken aan de Amerikaanse architectuur van die tijd. Amerikaanse invloed, in dit geval van Frank Lloyd Wright, is ook zichtbaar in de lichthof, die in de toekomst weer 'open' gemaakt wordt. Het oorspronkelijke interieur van het safe-deposit valt op door de aanwezigheid van uitgebreide geometrische patronen in de tegeldecoratie. Dit werken met abstracte geometrische motieven is kenmerkend voor De Bazel. Er is veel gespeculeerd over mogelijke invloed van (zuid-)oost-Aziatische bouwkunst, bijvoorbeeld de Boroboedoer tempel op Java 9e eeuw, waar in die periode een grote geïllustreerde publicatie over was verschenen. Ook in het werk van collega en vriend Lauweriks bleef dit een belangrijke rol spelen.

De koepel van de synagoge Enschede is niet de gebruikelijke vorm voor een synagoge. Pas in 19de eeuw worden oriëntalistische synagogen gebouwd waarin koepels belangrijke rol spelen (herkomst koepelvorm is eigenlijk vroegchristelijk: Hagia Sofia). Koepels verschijnen voor het eerst in De Bazels werk in ontwerp voor stadhuis Rotterdam. Uit het ontwerp voor het 2de kamer gebouw blijkt dat de koepel na het ontwerp voor de synagoge een belangrijke plaats gaat innemen in De Bazels werk.

De Bazel heeft de voltooiing (1928) van zijn belangrijkste werk niet meer mogen meemaken.Op 28 november 1923 overlijdt hij in de trein op weg naar de begrafenis van Michiel de Klerk, architect van de Amsterdamse school, die enige dagen tevoren plotseling was overleden.

1828: Drie krantenartikelen
over de opening
 externe link
Het totale oeuvre
van Karel de Bazel
 Karel P.C. de Bazel [pdf] externe link
Gipsmaquette NHM gebouw
 externe link
Wereldhoofdstad 1904
 externe link
kunstbus:
Karel de Bazel
 externe link
kunstbus:
Mathieu Lauweriks
 


gratis NIEUWE Adobe 8.1 PDF-reader


foto NHM-gebouw met toestemming: bureau Monumenten & Archeologie (bMA) van de gemeente Amsterdam